zondag, mei 20, 2012
   
Text Size

Bestuur en Participatie

Algemeen
In de gemeente Ridderkerk wordt veel aandacht besteed aan de participatie van burgers want het gaat over de toekomst van hun gemeente. Het CDA vindt dat de gemeente helder moet zijn in de communicatie, vooraf en achteraf. De argumenten die een belangrijke rol spelen in de besluitvorming moeten met alle betrokkenen worden gecommuniceerd.

Sterke gemeente
Een sterke gemeente legt telkens weer in de openbaarheid verantwoording af over het gevoerde beleid. Daarmee toont de gemeente zich ook betrouwbaar en stelt zij zich dienst­baar op aan de lokale gemeenschap. In de visie van het CDA tonen sterke gemeenten ambities die zij zoveel mogelijk in meetbare doelstellingen vertalen, bijvoorbeeld als het gaat om vermindering van administratieve lasten voor burgers, instellingen en bedrijven.

Sterke gemeenten durven zich kwetsbaar op te stellen als het gaat om het meten van hun eigen bestuurskracht. Ook benchmarks (een vergelijking van de gemeente met vergelijkbare referentiegemeenten) zijn een bruikbaar instrument voor toekomstig beleid en verantwoording naar de eigen inwoners.

Goed openbaar bestuur vraagt om sterke gemeenten die in staat zijn hun eigen beleids­agenda te bepalen en hun wettelijke taken goed te vervullen. Omdat gemeenten van elkaar verschillen, moeten zij maatwerk kunnen leveren bij het oplossen van problemen.
Het CDA wil de burgers actief betrekken bij de opstelling van de agenda van commissies.

Regels handhaven
Toepassing van regels en de naleving daarvan dragen bij aan essentiële waarden in onze rechtsstaat, zoals rechtsze­kerheid, rechtsgelijkheid en voorspelbaarheid. Burgers, ondernemers, maatschappe-lijke organisaties en instellingen moeten ervan op aan kunnen dat de overheid, i.c. de gemeen­te, consistent en dus ook  betrouwbaar is. Dat wil zeggen dat beleid, afspraken of gewekte ver­wachtingen niet zomaar eenzijdig veranderd of geschonden kunnen worden.
De overheid moet terughoudend zijn met het stellen van regels; ze moeten een aantoonbaar maatschappelijk belang dienen. Daarnaast moeten regels handhaafbaar zijn en gehandhaafd worden.

Dienstverlening
Aanvragen en brieven van burgers dienen adequaat en binnen een redelijke termijn behandeld te worden. Jaarlijks dient een verantwoording plaats te vinden. Het CDA zal er op toe zien en zich steeds de vraag stellen op welke wijze de gemeente invulling kan geven aan haar verantwoor-delijkheid voor het publieke belang en hoe dat behartigd kan worden. Hierbij is de informatie die we krijgen van de verschillende platforms en wijkoverleggen van wezenlijk belang.

Ombudsman (m/v)
Het CDA wil dat er voor 2012 een gemeentelijke/regionale ombudsman voor klachten van burgers wordt aangesteld.

Ondersteunen
Het CDA wil maatschappelijke initiatieven en samenwerkingsverbanden ondersteunen door voorwaarden te scheppen, initiatieven aan te moedigen en faciliteiten of middelen te verstrekken. Vrijwilligerswerk is de spil waarop veel organisaties en verenigingen draaien. Wijkoverleg, wijkschouw en buurtpreventie zijn voorbeelden daarvan. Zij kunnen meehelpen om beleid te maken en te zorgen voor een snellere aanpak van zaken die irriteren. Dit bevordert een schone en veilige omgeving. Ook de betrokkenheid met elkaar zorgt voor een veiliger gevoel en haalt mensen uit hun isolement.

Contacten met de burger
Het CDA wil de contacten intensiveren door de inwoners direct te benaderen en ze meer bij het beleid te betrekken. Het persoonlijke contact, zoals bij wijkbezoeken, is voor het CDA bijzonder belangrijk. Het CDA stelt het op prijs om benaderd en op de hoogte gehouden te worden door de kiezers, bijvoorbeeld door reacties te sturen naar fractieleden via  telefoon, brief of e-mail, of een bezoek aan de fractie.

Samenwerken in de regio.
Het CDA is voorstander van samenwerking met regiogemeenten (b.v. met Barendrecht en Albrandswaard in BAR-verband) om daardoor voordelen te halen op economisch, sociaal en ecologisch terrein. Daarnaast is het belangrijk dat Ridderkerk zich naast de stadsregio Rotterdam ook blijft oriënteren op de samenwerking met de Drechtsteden. De milieustraat en muziekschool zijn daarvan positieve voorbeelden.

De regionale agenda dient door raad en college kritisch gevolgd te worden op regionale en lokale belangen onder het motto “regionaal wat regionaal moet en lokaal wat lokaal kan”.