Interview met Marja van Bijsterveldt
M
arja van Bijsterveldt: “Vrijheid van onderwijs geen vrijbrief voor vrijblijvendheid”
Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (CDA) trad in februari 2007 aan op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. In haar portefeuille onder meer het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs. Op het Farelcollege deelde ze aan het begin van dit schooljaar de eerste gratis schoolboeken uit. Ze vindt dat er méér van kinderen geëist mag worden. Laat leerlingen excelleren. Een interview over haar beleid en haar persoon.
Hoe was uw eigen middelbare schooltijd?
“Ik heb in Rotterdam op het Johannes Calvijn gezeten. Eerst heb ik de mavo gedaan, daarna naar de MEAO. Dat beviel echter niet, na een half jaar besloot ik terug te gaan naar Calvijn om daar ook de havo nog af te maken. Vooral de sfeer op het Calvijn sprak me aan, paste beter bij me dan de MEAO die toch meer ‘stads’ was. Calvijn was een gestructureerde school, waar de zaken goed liepen. Ik heb er een goede tijd gehad. Vooral de vakken geschiedenis en economie boeiden mij. Voor economie hadden we een jonge docent, die heel goed de link naar de praktijk kon leggen. Dat sprak me aan, mijn vader was ondernemer. Ik was wel een ongedurige leerling, ik kan me dus ook goed voorstellen dat er jongeren zijn die moeilijk te boeien zijn. Na de havo ging ik de praktijk in, ik startte met de interne opleiding tot verpleegkundige. Dat was meer mijn ding dan uren in de schoolbanken moeten zitten. Pas in de politiek, toen ik op mijn 28e wethouder werd in Almere, raakte ik gemotiveerd om lange stukken te gaan lezen. Toen raakte het mij, ik had het nodig en ik bleek het ook te kunnen. Mijn eigen verhaal maakt ook al duidelijk waarom ik het belangrijk vind, dat leerlingen kunnen stapelen: er zijn gewoon veel laatbloeiers en de puberteit is een pittige periode. Ik spreek veel spijbelaars en voortijdig schoolverlaters en ik kan me in hen verplaatsen. De vraag is: hoe boei en bind je kinderen, hoe maak je ze enthousiast? Niet iedereen voelt zich thuis in het schoolsysteem. Als je verhalen hoort van ondernemers blijkt vaak, dat zij juist een turbulente schooltijd hebben gehad.”
Wat zijn uw speerpunten van beleid als staatssecretaris?
“Kort samengevat: de basis op orde, de lat omhoog. Met dat eerste bedoelen we, dat beheersing van rekenen en taal veel aandacht moeten krijgen. Dat is de ruggengraat van het onderwijs. Met te weinig taalbeheersing, kun je de stof niet goed begrijpen. Aan de andere kant willen we ruimte geven aan uitblinkers. In Nederland zijn we geneigd om vooral op de zwakke leerlingen te focussen, terwijl aan de bovenkant óók leerlingen uitvallen vanwege gebrek aan uitdaging. De kenniseconomie vraagt erom dat we ook daar aandacht aan geven. Het
netwerk van Leonardo-scholen voor hoogbegaafden is nu zo goed als dekkend door het hele land. Ik zie daarnaast ook goede voorbeelden in scholen die samen met universiteiten doorlopende trajecten proberen te aan te bieden. Ik wil met de aansluiting van havo naar het hbo en van vwo naar de universiteit iets soortgelijks doen als in de pilot met VM2: een doorlopend traject ontwikkelen tussen vmbo en mbo. Het Farelcollege is daar een voorbeeld van. In zo’n traject kunnen vwo’ers bijvoorbeeld al in vwo-5 beginnen met onderdelen van hun bachelorstudie. Ook voor de aansluiting van havo naar het hbo zou dat mooi zijn. We spreken veel over de kwetsbare aansluiting tussen vmbo en mbo, maar de uitval van havisten op het hbo is maar een paar procent lager. Met mbo heb je dan al een beroepskwalificatie, met havo nog niet.
Hoe wilt u het meer studenten interesseren voor het onderwijs?
Om meer leraren te werven, wil ik de educatieve minor sterk stimuleren. Een educatieve minor geeft een afgestudeerde bachelor de bevoegdheid om les te geven in de eerste drie jaren van havo/vwo en de mavo. Ik vind het belangrijk, dat we jongeren eerder boeien voor een baan in het onderwijs. Vroeger mocht je na je kandidaats al voor de klas en zo is de interesse bij veel studenten gewekt voor het onderwijs, anders was het misschien nooit in hen opgekomen. Via de minor kunnen we studenten proberen te verleiden tot een educatieve master. Te weinig academici kiezen voor het leraarschap. Misschien lukt dat niet bij allemaal, maar in ieder geval zijn er dan wel veel jongeren die het op zijn minst geprobeerd hebben. De kritiek van de Aob – dat ik hiermee de docenten in een hoek zet – deel ik niet. Dat is natuurlijk beslist niet wat ik hiermee wil bereiken. Ik vind dat je vooruit moet durven denken, voor wie wacht komt alles steeds te laat. Misschien vindt de Aob het voldoende dat slechts 3% van alle universitaire studenten een baan in het onderwijs overweegt, ik neem er geen genoegen mee.”
Hoe staat het Nederlandse onderwijs in vergelijking tot het buitenland?
“Nederlandse jongeren zijn de gelukkigste van de hele wereld, blijkt uit onderzoek. Ons onderwijs staat goed bekend, met een vak als wiskunde horen onze leerlingen bij de wereldtop. Dat moeten we zo houden door het rekenonderwijs op niveau te houden. Met taal zitten we echter op de verkeerde glijbaan, zoals sommigen dat uitdrukken. De kwaliteit is aantoonbaar aan het wegzakken.
Ik vind dat we in Nederland met een redelijke hoeveelheid middelen, heel veel bereiken. Het succes komt voort uit het leggen van de verantwoordelijkheid bij de scholen zelf. Dat roept het beste in hen op. Lumpsumfinanciering heeft ook nadelen, maar scholen gaan beslist creatiever om met hun euro’s doordat ze veel vrijheid krijgen en niet alles van bovenaf wordt opgelegd.
Ten opzichte van het buitenland vind ik het minder geslaagd, dat in Nederland al zo snel differentiatie plaatsvindt. Voor sommige kinderen komt de keuze te vroeg. Door te stapelen en ruimte te geven, kom je daaraan tegemoet.
Er wordt ook beweerd dat Nederlandse scholieren meer uren hebben dan in andere landen. Dat is een beetje lastig te vergelijken, omdat wij ook echt alles meetellen: excursies, zelfstandig werken. In het buitenland tellen ze alleen de instructie-uren.”
Wat is uw beleid ten aanzien van zeer zwakke scholen?
“Ik ben voor een stevige aanpak. De situatie was zo dat een school twee jaar ‘zeer zwak’ mocht zijn, daarna volgde nog een bestuurlijk natraject. Voordat een school echter als ‘zeer zwak’ gekwalificeerd wordt, zijn de prestaties al drie jaar onder de maat. Kortom: er kan een hele schoolgeneratie overheen gaan, voor een school weer in het zadel zit. Dat moet dus sneller en daarvoor gaat de inspectie risicogericht toezicht houden. Scholen waar alles perfect loopt, krijgen wat minder aandacht, zodat scholen die zwak staan intensiever toezicht kunnen krijgen. Het ministerie krijgt met het wetsvoorstel ‘Goed onderwijs, goed bestuur’ aanvullende sanctiemaatregelen om de bekostiging van langdurig zeer zwakke scholen te staken. ”
Er komen bezuinigingen aan, blijft het onderwijs buiten schot?
“Op dit moment zijn de commissies bezig met de heroverweging. Alles staat ter discussie, maar er is één motie aangenomen bij de Algemene Beschouwingen: Onze kennis, innovatie en concurrentiekracht mogen niet onder de bezuinigingen lijden. Dat wil niet zeggen, dat er geen efficiencywinst te behalen is in het onderwijs. Als we de lat hoger leggen, stromen jongeren misschien ook sneller door het onderwijs heen. Denk aan VM2, de verbinding vmbo-mbo: als je meteen na je examen in het vierde jaar doorgaat met je scholing, kun je tijdwinst boeken.”
Hoe gaat u om met kritiek van bijvoorbeeld boze docenten?
“Wat de onderwijstijd betreft had ik mijn wettelijke verantwoordelijkheid. Je hoorde vaak ‘lestijd is geen kwaliteit’, maar een docent die zegt dat een lesuur er niet toe doet, die begrijp ik niet. Ik heb een stap gezet (de staatssecretaris en de VO-raad maakten afspraken over versoepeling van de urennorm, red), maar ik ben er nu ook scherp op dat het gebeurt.
De klachten vanuit het onderwijs over werkdruk, hebben volgens mij veel te maken met het proppen van een volledige taak in 37 weken. Ik wil de zomervakantie verkorten van zeven naar zes weken, zodat de werkdruk meer gespreid kan worden. Die handreiking bied ik, het is aan docenten om het op te pakken. Er is een probleem en dat kunnen we zo oplossen, of er is blijkbaar geen probleem. Ik verwacht van docenten dat ze ook zelf nadenken over de oplossing, doen ze dat niet, dan ben ik er ook klaar mee. In de meest drukke weken, zo blijkt uit onderzoek, werken docenten gemiddeld niet meer dan 42 uur. In het bedrijfsleven of de zorg is dat echt niet minder. Durf jezelf ook eens te vergelijken met anderen.”
Er is nogal eens kritiek op artikel 23, die het bijzonder onderwijs mogelijk maakt. Hoe ziet u dat?
“Ook vanuit mijn eigen achtergrond hecht ik aan het bijzonder onderwijs. Er kan echter alleen draagvlak voor blijven bestaan, als de kwaliteit ervan volledig transparant is. De vrijheid van onderwijs is geen vrijbrief voor vrijblijvendheid. Als een school slechte kwaliteit levert, moeten we dat niet laten sudderen, ook als het gaat om het overdragen van de waarden van onze rechtsstaat of het hebben van een open mind. Als we een minimumniveau aan leerresultaten als ‘bottomline’ goed regelen, zal er nog jarenlang, misschien zelfs eeuwenlang bijzonder onderwijs zijn.”
Tot slot een persoonlijke vraag: hoe ervaart u de functie van staatssecretaris?
“Het is ongelooflijk mooi werk. Het is leuk om op scholen te zijn, gesprekken te hebben met leerlingen, docenten, ouders. Vaak kom ik terug van een schoolbezoek met de gedachte ‘gelukkig, ondanks Den Haag, gaat het hier goed.’ Ook het politieke debat in de kamer vind ik geweldig. Sommige kamerleden, zoals Alexander Pechtold bijvoorbeeld, zijn altijd scherp. Anderen zijn weer inspirerend, brengen je op nieuwe ideeën. Het is iedere keer examen doen. Ik zie het ook als een ereplicht om de kamer zo goed mogelijk te informeren. Ik zou ook zeker doorwillen gaan in een volgend kabinet, het is een prachtige post.”
Peter Meij en Edith van Gameren
Secretariaat
Secretaris
Anja Steenbergen
Koninginneweg 101
2982 AJ Ridderkerk
06 - 244 82 236
anna.steenbergen@tele2.nl
Zoeken
CDA Ridderkerk Actueel
- Gaat Mona Keijzer voor een verrassing zorgen bij het CDA?
- Zebrapaden in Drievliet
- Voorontwerp Inpassingsplan Nieuw Rijerwaard
- Algemene ledenvergadering
- Stop winkelovervallen in Ridderkerk
- Het CDA van morgen is betrouwbaar en inspireert
- Een school heeft ouders nodig
- Metropoolregio: weinig te winnen en veel te verliezen
- Kerstgroet van het CDA
- Ledenvergadering op dinsdag
- Motie inzake Basisschool De Fontein
- Amendement inzake bezuiniging initiatiefsubsidies
- Motie inzake Burgerhandvest
- Onverschilligheid is geen optie
- CDA-bijdrage bij begroting 2012 (lange versie)
- Spreektekst : CDA-bijdrage bij begroting 2012-2015


