Column 14.02.2013

Verlangen naar meer saamhorigheid

Als tiener heb ik vier jaar op een internaat van de Evangelische Broedergemeente in Zeist gezeten. Mijn ouders woonden in het buitenland en vonden het beter dat ik vanwege het onderwijs in Nederland kon blijven. Alle kinderen van het internaat gingen in het weekend tweemaal naar de kerk. Zaterdagavond naar de zangdienst en zondagmorgen naar de ‘preek’ dienst. Ik ben de zusters van het internaat dankbaar voor wat ze mij op geloofsgebied en aan opvoeding hebben meegegeven. Ik kom niet uit een kerkelijk meelevend gezin, maar ik heb de christelijk-oecumenische traditie van de Broedergemeente als inspirerend ervaren.

Wat mij als kind inspireerde, was de sterke onderlinge band van de mensen van de Broedergemeente in Zeist. Men zorgde voor elkaar en via het Zendingsgenootschap ook voor de mensen in Suriname. Het doel was helpen waar mensen in nood zijn, heel maken wat stuk is en mensen weer geloof geven in de toekomst. Dat streven werd gesymboliseerd door de alles overheersende kleur wit in de kerk; de kleur van de vreugde. Dat gevoel van saamhorigheid en vertrouwen in elkaar, heb ik altijd gekoesterd, maar het nergens meer zo ervaren.

Waarom deze terugblik? De economische recessie dwingt ons om innovatief te denken. De overheid kan nu noodgedwongen minder doen, maar de overheid zou juist nu moeten nadenken over een nieuwe (regie)rol met als uitgangspunt van ‘zorgen voor’ naar ‘zorgen dat’. We hebben in de politiek te lang de illusie gewekt, dat de overheid alle problemen zou kunnen oplossen. Het CDA wil stimuleren, dat de inwoners meer bezig zijn met wat ze voor elkaar kunnen betekenen, in plaats van direct te kijken naar de overheid. De aandacht voor de menselijke maat komt gelukkig weer terug.

We kunnen ook zoveel zelf: bewoners die staan te schoffelen in gemeenteperken, zout strooien op bevroren wegen, waken over zandbakken, buurthuizen, zwembaden en sportvelden runnen en boodschappen doen voor hun oudere buren. Het gebeurt nu al op kleine schaal, maar lijkt de toekomst op veel plaatsen in Nederland. Zou dat ook in Ridderkerk kunnen? Maar een kleinere overheid vereist een houding van ‘samen’ en de bereidheid om de ander te helpen. Zover is het nog niet. Daarom mag de overheid zich pas terugtrekken als het ‘samen’ in de samenleving echt goed geborgd is.

Onze samenleving verandert in hoog tempo. De mensen die zich laten inspireren door het christelijk geloof zijn een minderheid geworden. Dat heeft gevolgen. Niets is meer vanzelfsprekend. De zondagsrust, de christelijke feestdagen, de christelijke omroep, de rituelen, het respect voor ouderen en het bijzonder onderwijs staan onder druk. In onze democratie moet er ruimte blijven voor minderheden en christelijke overtuigingen.

Pim Fortuyn had in één opzicht een vooruitziende blik. Hij sprak al in 1995 van een verweesde samenleving en hield een vurig pleidooi voor meer aandacht, liefde en respect voor de kernwaarden van onze cultuur. Wij zijn een samenleving geworden waarin de individualisering is doorgeschoten. Veel mensen zijn alleen met zichzelf bezig en niet meer met het publieke belang. Denk aan de graaicultuur bij de banken. Met als gevolg nog meer regels en controle en een permanent gevoel van wantrouwen. Op zulke momenten verlang ik terug naar de tijd op het internaat op het Broederplein en naar dat gevoel van saamhorigheid en deugdzaamheid.

Peter Meij
Fractievoorzitter CDA