column 09-2015

Vorige week zag ik de inspirerende TED Talk van Rita Pierson, een gepassioneerde Amerikaanse leerkracht met veertig jaar onderwijservaring. Ze vertelde over het belang van goede relaties tussen kinderen en leerkrachten. Zij hoorde ooit een collega zeggen: “Ik word niet betaald om kinderen aardig te vinden. Haar reactie was: “Kinderen kunnen  niet leren van mensen die ze niet aardig vinden.”

De essentie van haar lezing: “Every child needs a champion – an adult who will never give up on them, who understands the power of connection, and insists that they become the best they can possible be”.

In het onderwijs staat het werken met mensen centraal. Het is voor leerlingen heel belangrijk om gekend te worden door hun docent. Eerst het kind, en dan de leerling om met de bekende pedagoog Luc Stevens te spreken. Elk kind heeft een rolmodel, een kampioen nodig, want kinderen leren door afkijken en nadoen.  

In mijn persoonlijke leven zijn twee mensen belangrijk geweest. Mijn eerste kampioen is Stan Groeneweg, de directrice van het internaat in Zeist waar ik tussen mijn tiende en veertiende jaar verbleef. Ik was een driftige en opstandige puber die de leidsters en de andere kinderen op het internaat soms tot grote ergernis dreef. Ik moest vaak voor straf een avond lang in de hoek van de slaapzaal staan. Ook op de lagere school was ik niet de voorbeeldige leerling. De hoofdonderwijzer gaf mij regelmatig voor de klas flinke tikken met de aanwijsstok. In het huidige onderwijsjargon: ik was een zorgleerling die rijp was voor een reboundvoorziening. Na een jaar was het geduld van de zusters op. Ik stond op de nominatie om overgeplaatst te worden naar een strenger internaat. Maar de directrice Stan Groeneweg bleef vertrouwen houden in een positieve ommekeer. Zij gaf mij niet op. Zij zorgde er voor dat ik mocht blijven. Ik voelde mij door haar gehoord en gezien. Dat vertrouwen heb ik niet beschaamd. Voor haar deed ik vanaf dat moment beter mijn best.

Mijn andere kampioen is Montsma, mijn docent geschiedenis op mijn middelbare school in Delft. Hij was geen modeldocent. Als je vervelend was, kon het gebeuren dat hij je schooltas buiten het schoolraam leeg kieperde. Maar hij was een begaafd verteller en bracht met passie de geschiedenis tot leven in de klas. Hij maakte je nieuwsgierig en wakkerde mijn verbeelding aan. Hij stelde hoge eisen aan zijn leerlingen, waardoor je werd opgestuwd voorbij je persoonlijke grenzen. Ik haalde zelfs een 10 voor mijn eindexamen geschiedenis. Door Montsma ben ik geschiedenis gaan studeren en het onderwijs ingegaan. Stan Groeneweg en Montsma zijn mijn helden. Zij hebben mij het noodzakelijke duwtje in de goede richting gegeven. Daar ben  ik beiden, na al die vele jaren, nog steeds dankbaar voor. Zij hebben voor mij het verschil gemaakt.

En daarom gun elk kind in Ridderkerk een kampioen.

Peter Meij

Raadslid CDA